16 okt. 2009

De Landseer ECT

In deze Blog mag een stukje over mijn eigen hond, een Landseer, niet ontbreken. 

De Landseer is in Nederland niet zo’n bekend ras en vaak krijg ik de vraag:  "Wat is dat nou voor 'n hond"? "Een Landseer", zeg ik. "Een wat?" Nogmaals zeg ik dat het een Landseer is. "Oh, een Landsheer!" klinkt het opgelucht. Nooit van gehoord natuurlijk, maar het klinkt Nederlands. "Zonder h", zeg ik dan. Vaak vragen ze verder: Is Landseer een kennelnaam? Als ik dan vertel dat het de naam van een Engelse kunstschilder is, zie ik aan de reactie dat men aan mijn verstandelijke vermogens twijfelt.
Ik wil het graag uitleggen maar het is zo'n lang verhaal, dat ik mij er maar van af maak door te zeggen dat het een soort Newfoundlander is. Dan zie ik ze denken: "Zeg dat dan gelijk".
Maar de Landseer is echt vernoemd naar de Engelse schilder Sir Edwin Landseer (1802-1873). In zijn tijd een zeer geliefd kunstenaar.
Hij kreeg zelfs van Koningin Victoria opdracht haar lievelingshonden te portretteren. Sir Edwin Landseer was zeer gecharmeerd van de robuuste uit New Foundland afkomstige hond en hij schilderde en tekende hem veelvuldig. De faam van deze hond als krachtige zwemmer sprak tot zijn verbeelding.
 
Omdat Landseer meestal de zwart/witte variant van de Newfoundlander afbeeldde noemde men deze honden "Landseerdogs".
Lansdeer schilderde behalve honden ook jachttaferelen, landschappen en portretten van adellijke personen. Hier zijn 146 schilderijen te zien. Ga er maar even voor zitten. . .
Maar Sir Edwin Landseer is natuurlijk bekend door de vier leeuwen die hij ontwierp voor het gedenkteken van Admiraal Horatio Lord Nelson op Trafalgar Square in Londen.
 
 
In de tijd van Sir Edwin was er al een stevige discussie of de zwart/witte variant wel een echte Newfoundlander was. Temeer daar niet Britse fokkers door kruisingen met continentale rassen w.o. Duitse en Zwitserse honden een 'afwijkend' soort hadden gefokt. Hoger op de poten en altijd zwart/wit. Pas in 1960 kwam er duidelijkheid doordat de FCI (Fédération Cynoligique Internationale) een aparte rasstandaard maakte voor de Landseer en er voor alle duidelijkheid en tot opluchting van de Britten er E.C.T. aan toe werd gevoegd. (European Continental Type)
 
Oorsprong van de Landseer
Het huidige New Foundland werd omstreeks het jaar 1000 door de Noormannen ontdekt. Of er toen honden aanwezig waren is niet bekend.
In het jaar 1620 schreef Kapitein Richard Withbourne, op onderzoek in New Foundland, aan 'The High and Mightie Prince James, by the Grace of God, King of great Brittain, France and Ireland', een heel boekwerk genaamd: 'A discourse and discovery of the new-found-land'. Daarin maakte hij o.a. melding van pinguïns zo groot als ganzen, maar ook schreef hij over wilde honden waar zijn eigen hond, een Mastiff, mee speelde.
In de 18e eeuw zijn er trek- en sledehonden op New Foundland waargenomen, maar hoe die er uit zagen werd niet vermeld. Pas begin 19e eeuw werden in tekeningen en beschrijvingen het uiterlijk van de daar levende honden vastgelegd. Het ging om grote honden die overwegend wit waren met wat zwarte vlekken.
In 1800 verscheen de "Cynographia Britannica" (de toenmalige Toepoel, zal ik maar zeggen) met tekeningen van de in die tijd befaamde planten- en dierentekenaar Sydenham Edwards (1768-1819). Daarin ook een beschrijving van een hond uit Newfoundland. Die luidde: "Deze hond heeft soms krullend haar, soms lang en golvend. Zijn staart is lang en bossig en wordt over de rug gedragen. De kop lijkt op die van een beer. De honden zijn zwart/wit, soms met bruine vlekken in het gezicht, of rood/wit en een enkele keer eenkleurig zwart."
Daar kan je alle kanten mee op. Terwijl in het boek wel duidelijke rasbeschrijvingen stonden van o.a. Spaniëls, Deense doggen en Mastiffs.
Een halve eeuw later schreef John Henry Walsh in zijn boek: "The dog in health and disease" (uitg. Longman, Green, Longman & Roberts, Londen, 1859)  "De Newfoundlander is zwart, of zwart/wit, of wit met weinig zwart of leverkleur of rosachtig bruin en soms donker gestroomd."
Zeker is dat deze hond vanuit New Foundland werd geïmporteerd naar Engeland en men er verder mee ging fokken. Daaruit werd de Newfoundlander ontwikkeld zoals wij die nu kennen. Door de zwart/witte variant van de Newfoundlander (de favoriet van Sir Edwin Landseer) op te nemen in de Engelse rasstandaard van 1886 bestaat daar tot op heden, naast de bruine en de geheel zwarte, ook de zwart/witte Newfoundlander. Ook in de Verenigde Staten wordt niet gefokt van Landseer op Landseer. Daar wordt de zwart/witte variant van de Newfoundlander een Landseerdog genoemd.
Op het continent echter zijn Duitse en Zwitserse fokkers met de Newfoundlander aan de slag gegaan, waaruit een hond tevoorschijn kwam, die hoger op de poten staat dan zijn Britse collega, grotere en minder diepliggende ogen heeft en een minder dichte vacht. Wat betreft karakter is de Landseer vrolijker, speelser en beweeglijker van de Newfoundlander. En altijd zwart/wit.

 De Nederlandse fokgeschiedenis
(artikel van Beppie van Schoot-Hollart, met toestemming van de Landseer Club Nederland)
 In Nederland begon het allemaal met Flora van Landseerheim (geboren 5 mei 1922) van de heer Lunter. Flora kwam uit Beieren, ouders onbekend. De heer Lunter liet Flora dekken door de reu Adonis von der Bisschofgasse uit Oostenrijk. Op 6 oktober 1929 werden daaruit Hans en Greta van Landseerheim geboren. De heer Lunter fokte verder met deze broer/zus combinatie, wat hem in de fokwereld veel kritiek opleverde. Toch herhaalde hij de combinatie Hans-Greta vijf keer. En tussen de jaren 1931 en 1935 werden totaal twintig reuen en elf teven geboren.
In die zelfde tijd had de heer Appenrodt uit Delmenhorst (Duitsland) met zijn kennel ‘Von Nordwest’ besloten ook op zuiver zwart/wit te fokken. Hij gebruikte daarvoor uitsluitend nakomelingen van Landseerheim.
Veel pups van Landseerheim werden geëxporteerd. Toen de tweede wereldoorlog uitbrak heeft de heer Lunter een aantal van 'zijn' nakomelingen weer terug naar Nederland gehaald. Waaronder Lola von Nordwest en Clio vom Moritzburg. Het laatste nest 'van Landseerheim' werd geboren in juni 1952.
Enkele pups van 'van Landseerheim" kwamen in bezit van de heer D. Mulder met zijn kennel 'van het Noorderstrand'. Ook hij legde zich toe op het fokken van het zuivere zwart/wit ras.
Na de erkenning van de F.C.I. in 1960 van de Landseer Europees Continentaal Type werd pas in 1975 het eerste nest zuivere (volgens de rasstandaard van de FCI) Landseers E.C.T. geboren in de kennel 'Van de Broene Beuken' van de heer en mevrouw Bruning, uit de combinatie Donko vom Moortreich en Certa vom Moortreich. Ook met de dochters van Donko en Certa werd verder gefokt waarbij Ellert vom Moortreich van acht nesten de vader was. Ook hier dus weer nauwelijks sprake van basisverbreding.
De heer F. Kruse uit Oldemarkt imiteerde in zijn kennel 'Hávamál Athos' met de honden van Moortreich het inteeltprogramma van Lunter. Hij gebruikte slecht één reu als outcross: Atlas vom Petersberg.
Van 1975 tot 1983 stamden alle bij de Nederlandse fok ingeschakelde teven af van één teef: Certa vom Moortreich. De buitenlandse dekreuen welke in dit fokprogramma werden gebruikt waren wederom verwant aan Donko en Certa.
Belangrijke kennelnamen die nog steeds in dekcombinaties zijn terug te vinden, zijn o.a. 'Thorn Asgard", 'Van Amatus Byonda', ‘Van Noreen”.
Daarna kwam er veel nieuw bloed in de Landseers door buitenlandse reuen. Er zijn veel fokkers bij gekomen die het ras, de kenmerken en het wel en wee van de Landseer E.C.T. heel serieus nemen en proberen het ras te verbeteren.
Om dit lange verhaal af te sluiten. Mijn eerste Landseer was Jandhi Bommel van Noreen  (14 nov.1996 - 18 nov. 2004) Sinds 2005 is Lonne mijn maatje. Voluit heet ze Lua Triëre, geboren 20-8-2004 en ze komt van Us Arsnouphis.

Geen opmerkingen: