20 okt. 2009

Rowlf




In mijn hondenblog mag Rowlf natuurlijk niet ontbreken. Ontworpen door Jim Henson in 1962 als reclame voor hondenvoer. Pas in 1976 begon Rowlf zijn pianocarrière in de Muppet Show. Rowlf is een handpop die altijd door Jim Henson werd gespeeld. Althans Henson deed het hoofd en Rowlfs linkerhand, Frank Oz liet de rechterhand bewegen. Henson gaf Rowlf ook zijn stem. Na Hensons dood in 1990 bleef Rowlf een tijd stil. Daarna werden Rowlfs beweging en stem door anderen gedaan.

v.l.r. Frank Oz, Rowlf en Jim Henson.

Ook Rover Joe the Hound Dog speelde een rol in diverse Muppet films.
En een eerbewijs aan de bekendste filmhond: LASSIE
Rowlf is hier "in dienst" van de Walt Disney Comp.
 


En hier is Rowlf met een andere grote favoriet van mij!


18 okt. 2009

De Blauwbilgorgel




Onzin rijmen, daar ben ik een groot liefhebber van. Ik blijf het leuk vinden, rijmelarijen die nergens over gaan.
Cees Buddingh spant de kroon met zijn gedicht “De Blauwbilgorgel” (geschreven in 1943). Die Gorgel mag dan aan het eind van de rijm als een “kriks ineen schrompelen”, voor mij is hij onsterfelijk. Aan de serie Gorgelrijmen en het hele werk van Buddingh is zelfs een apart boekje gewijd. Geschreven door Wim Huijser en Peter de Roos (uitgeverij Aspekt 2007 ISBN 90-5911-581-3), getiteld “Raban, raban, raban, Buddingh’s Blauwbilgorgel met pensioen”.



“Alle onzin is nonsens, maar niet alle nonsens is onzin”, verklaarde Buddingh in een interview; hij zag zijn Gorgel serie als een intellectueel woordspel.
afbeelding: litho van Hans van Dokkum als ontwerp voor het boekomslag van Nieuwe Gorgelrijmen

Kees Stip, alias Trijntje Fop, is beroemd om zijn kolderieke dierenrijmen. Ik zocht natuurlijk naar versjes over honden.

Een mop zat samen met een does
Al tien jaar in de trein naar Goes.
De does sprak midden in het elfde:
“Het uitzicht blijft maar steeds hetzelfde”.
“Wat ik je brom,” zei toen de mop
“dit treintje is een treintje fop”.

En deze:
Een hond, tot speurhond opgeleid,
Ving in een minimum van tijd
De drie vermoedelijke daders
Alsook hun moeders en hun vaders.
En steeds nog speurend sprak de hond:
“Nu nog de moord, dan ben ik rond”.
Uit: Het grote Beestenfeest.Uitg. Bert Bakker, A’dam.

In de bundel "Beestenboel van Trijntje Fop" uitg.Elsevier Manteau staat de volgende:
Een jachthond in de buurt van Bonn
las altijd Goethe als hij kon.
"Zo leert men langzaam", sprak het beest,
"het vlees bedwingen door de geest.
Maar als ik meemag met de meute
ben ik dat allemaal vergoethe".

Van
Godfried Bomans is dit bekende korte versje

SPLEEN
Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemelijk te vervelen.
Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan konden we samen spelen.

Ook Michel van der Plas en
Daan Zonderland hebben heel wat nonsens bij elkaar gedicht
Daan Zonderland bezingt in 38 coupletten het wel en wee van de kok van Mariënbad. Deze had een vriend Sylvester, met een hond, zo blijkt in vers 15.
Sylvester had een hond die Hendrik heette
En die, als hij last had van een vlo,
Hiervan kennis gaf door zacht te zingen
Van do re mi fa sol la si do.

Sylvester en zijn hond die Hendrik heette
Gingen dikwijls samen aan de zwier,
Doch, terwijl zijn baas zwoer bij jenever
Dronk de hond uitsluitend bier.
___________

en dit kinderversje:
Er stond een hond te vissen
Aan de zee bij Callantsoog
En telkens als zijn dobber zonk
Dan ging zijn staart omhoog

En telkens als het mis was
Dan rammelde zijn maag
Dan kwam de dobber boven
En ging zijn staart omlaag.
_________________

Joh. C.P. Alberts dichtte:

Ik zag voor ‘t eerst in mijn bestaan
Een hond een urinoir in gaan
Om daar welopgevoed te plassen
Zoals dat ied’re hond zou passen
Doch maar zo zelden wordt gedaan.
________________
Zelfs Johnny Kraaykamp waagde zich aan een nonsens rijmpje:

Een grijze wolf wordt zeer geprezen
omdat hij Shakespeare heeft gelezen.
Hij zegt: “’t Is niet eenvoudig, snap je,
het zit veel dieper dan Roodkapje”.

hier laat ik het bij, onder de hyperlinks staat meer.

16 okt. 2009

De Landseer ECT

In deze Blog mag een stukje over mijn eigen hond, een Landseer, niet ontbreken. 

De Landseer is in Nederland niet zo’n bekend ras en vaak krijg ik de vraag:  "Wat is dat nou voor 'n hond"? "Een Landseer", zeg ik. "Een wat?" Nogmaals zeg ik dat het een Landseer is. "Oh, een Landsheer!" klinkt het opgelucht. Nooit van gehoord natuurlijk, maar het klinkt Nederlands. "Zonder h", zeg ik dan. Vaak vragen ze verder: Is Landseer een kennelnaam? Als ik dan vertel dat het de naam van een Engelse kunstschilder is, zie ik aan de reactie dat men aan mijn verstandelijke vermogens twijfelt.
Ik wil het graag uitleggen maar het is zo'n lang verhaal, dat ik mij er maar van af maak door te zeggen dat het een soort Newfoundlander is. Dan zie ik ze denken: "Zeg dat dan gelijk".
Maar de Landseer is echt vernoemd naar de Engelse schilder Sir Edwin Landseer (1802-1873). In zijn tijd een zeer geliefd kunstenaar.
Hij kreeg zelfs van Koningin Victoria opdracht haar lievelingshonden te portretteren. Sir Edwin Landseer was zeer gecharmeerd van de robuuste uit New Foundland afkomstige hond en hij schilderde en tekende hem veelvuldig. De faam van deze hond als krachtige zwemmer sprak tot zijn verbeelding.
 
Omdat Landseer meestal de zwart/witte variant van de Newfoundlander afbeeldde noemde men deze honden "Landseerdogs".
Lansdeer schilderde behalve honden ook jachttaferelen, landschappen en portretten van adellijke personen. Hier zijn 146 schilderijen te zien. Ga er maar even voor zitten. . .
Maar Sir Edwin Landseer is natuurlijk bekend door de vier leeuwen die hij ontwierp voor het gedenkteken van Admiraal Horatio Lord Nelson op Trafalgar Square in Londen.
 
 
In de tijd van Sir Edwin was er al een stevige discussie of de zwart/witte variant wel een echte Newfoundlander was. Temeer daar niet Britse fokkers door kruisingen met continentale rassen w.o. Duitse en Zwitserse honden een 'afwijkend' soort hadden gefokt. Hoger op de poten en altijd zwart/wit. Pas in 1960 kwam er duidelijkheid doordat de FCI (Fédération Cynoligique Internationale) een aparte rasstandaard maakte voor de Landseer en er voor alle duidelijkheid en tot opluchting van de Britten er E.C.T. aan toe werd gevoegd. (European Continental Type)